Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart op 13 januari 2023 te Breda. Hij stelde dat hij wel een geldige kaart had en dat deze zichtbaar op het dashboard lag, onderbouwd met een foto. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting stelde de officier van justitie dat op de foto’s van de verbalisant geen zichtbare gehandicaptenparkeerkaart was te zien, terwijl deze altijd duidelijk zichtbaar moet zijn. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat, omdat de verbalisant rondom het voertuig is gelopen en geen kaart heeft waargenomen. De foto’s bevestigen dit.
De kantonrechter matigde echter de boete tot €30 vanwege het aannemelijk maken door betrokkene dat hij over een geldige gehandicaptenparkeerkaart beschikte. Tevens kreeg betrokkene een waarschuwing dat de kaart altijd duidelijk zichtbaar moet zijn. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terugbetalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Boete wegens parkeren zonder zichtbare gehandicaptenparkeerkaart gedeeltelijk gegrond verklaard en gematigd tot €30.