Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Antwerpsestraat te Breda op 2 december 2022 om 19:14 uur. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de verkeersborden niet voldoende zichtbaar waren omdat deze achter het trottoir stonden en dat betrokkene binnen vijf minuten terug was, zonder hinder te veroorzaken. De officier van justitie stelde dat uit een foto bleek dat het bord duidelijk zichtbaar was en dat betrokkene de aanwijzing had moeten volgen.
De kantonrechter nam het standpunt van de officier van justitie over en stelde vast dat de verbalisant een wachttijd van tien minuten had aangehouden. De gedraging was voldoende bewezen en de boete terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.