Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 4 februari 2023 te Breda. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat het niet duidelijk was dat parkeren daar niet was toegestaan.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en verzocht de kantonrechter hetzelfde te doen. Op de zitting van 3 december 2024 verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, betrokkene was niet aanwezig.
De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het bord dat de gehandicaptenparkeerplaats aanduidt, stond direct naast het parkeervak waar het voertuig stond, en er was een rolstoeltegeltje in de bestrating aangebracht voor extra duidelijkheid.
De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd openbaar gedaan op 3 december 2024 door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart is ongegrond verklaard.