ECLI:NL:RBZWB:2024:9201

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
11009386 \ MB VERZ 24-348
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen verkeersboete voor parkeren op trottoir ondanks gehandicaptenparkeerkaart

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren op het trottoir aan de Catharinastraat te Breda op 7 februari 2023. Betrokkene beschikte over een Europese gehandicaptenparkeerkaart en een blauwe parkeerschijf, zichtbaar op het dashboard. Volgens gemachtigde mocht betrokkene daardoor tot drie uur parkeren in een parkeerverbodszone en koos hij voor het trottoir om het overige verkeer niet te hinderen.

De officier van justitie stelde dat parkeren op het trottoir, ook met een gehandicaptenparkeerkaart en blauwe schijf, niet is toegestaan en dat het voertuig het trottoir volledig blokkeerde. De kantonrechter stelde vast dat uit de foto’s blijkt dat het voertuig geheel op het trottoir stond en dat dit nooit is toegestaan. Het feit dat betrokkene dit al jaren doet zonder sanctie maakt dit niet anders.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Er werd geoordeeld dat sprake was van hinder doordat het trottoir vrijwel geheel werd geblokkeerd. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete voor parkeren op het trottoir wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11009386 \ MB VERZ 24-348
CJIB-nummer : 3062 5422 5566 0261
uitspraakdatum : 3 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Catharinastraat te Breda op 7 februari 2023 om 10:49 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is in het bezit van een Europese gehandicaptenparkeerkaart. Ten tijde van de vermeende gedraging lag deze kaart, samen met een blauwe parkeerschijf, duidelijk zichtbaar op het dashboard. Gemachtigde verwijst hiervoor naar foto’s in het dossier. In combinatie met een gehandicaptenparkeerkaart en een blauwe schijf mag er voor drie uur lang geparkeerd worden in een parkeerverbodszone. Aangezien de Catharinastraat eenrichtingsverkeer is, heeft betrokkene ervoor gekozen om zijn voertuig op het trottoir te plaatsen waardoor hij het overige verkeer niet hindert. Betrokkene doet dit al jaren en heeft hier nooit eerder een waarschuwing of sanctie voor ontvangen. Het is voor betrokkene niet mogelijk om meer dan twintig meter te lopen, waardoor hij zijn voertuig nergens anders kon parkeren. Hij was in de Waalse Kerk voor een koffieconcert. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is op de foto’s duidelijk te zien dat het voertuig van betrokkene volledig op het trottoir stond geparkeerd. Dit is in principe nooit toegestaan, ook niet met een gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met een blauwe parkeerschijf. Het voertuig van betrokkene blokkeert heel het trottoir, waardoor er ook hinder wordt veroorzaakt.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter stelt vast dat voertuig van betrokkene op het trottoir stond geparkeerd. Er mag nooit op het trottoir worden geparkeerd, ook met een gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met een blauwe parkeerschijf is dat niet toegestaan. Dat betrokkene dit al jaren doet, maakt dat niet anders. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De kantonrechter is van oordeel dat er ook sprake is van hinder nu het voertuig vrijwel het gehele trottoir blokkeert.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: