Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
co-ouderschapsregeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 23 december 2024 een voorlopige ondertoezichtstelling uitgesproken voor twee minderjarigen, geboren in 2015 en 2017, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming regio Zuidwest Nederland. De ouders zijn gescheiden en hebben een conflictueuze relatie die de opvoedingssituatie en het contact met de minderjarigen ernstig verstoort.
De Raad heeft grote zorgen geuit over het welzijn van de minderjarigen, mede vanwege zorgelijke uitspraken van de jongste over mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag door de oudste. Ondanks inzet van vrijwillige hulpverlening en afspraken is de situatie onveilig gebleven. De ouders zijn niet in staat tot constructieve samenwerking, en het contact tussen de minderjarigen en hun ouders is minimaal of afwezig.
De kinderrechter acht het dringend noodzakelijk dat de minderjarigen voorlopig onder toezicht worden gesteld van een gecertificeerde instelling voor drie maanden, zodat er regie komt op de hulpverlening en gewerkt kan worden aan het herstellen van veilig contact en een stabiele opvoedsituatie. Tevens wordt een NICHD-interview afgenomen om de problematiek nader te onderzoeken.
De maatregel is bedoeld om een acute en ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarigen weg te nemen en zal gelden tot 23 maart 2025. De uitspraak is mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd op 2 januari 2025.
Uitkomst: De rechtbank stelt twee minderjarigen voorlopig onder toezicht wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en onveilige thuissituatie.