De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds december 2022 onder toezicht staat. De kinderrechter constateert dat er positieve ontwikkelingen zijn, zoals goed schoolresultaat en contactherstel met de vader, mede dankzij ouderschapsbemiddeling.
Desondanks is de situatie nog onvoldoende stabiel om de ondertoezichtstelling te beëindigen. Er is nog geen definitief borgingsplan en ouders hebben moeite om afspraken te maken zonder hulpverlening. Ook moeten afspraken over vakanties vanaf 2026 worden gemaakt.
De kinderrechter wijst het verzoek toe en verlengt de ondertoezichtstelling tot 6 juni 2025. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Tevens wordt de GI opgedragen regie te voeren op het maken van afspraken en het opstellen van het borgingsplan.