Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:9266

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
RK 24-008720 en 24-008721
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis en gemaakte proceskosten

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 december 2024 het verzoek van een gewezen verdachte tot toekenning van een schadevergoeding op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering. De verzoeker was vrijgesproken door de meervoudige strafkamer op 14 februari 2024, waarna hij een vergoeding vroeg voor de periode van onterechte inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging was geëindigd en dat de verzoeker recht had op vergoeding van de schade die hij had geleden door de 31 dagen inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Hierbij werd aangesloten bij de forfaitaire bedragen uit de LOVS-uitgangspunten. Daarnaast werden reiskosten van € 72,00 en een forfaitaire vergoeding van € 680,00 voor de kosten van het verzoek toegekend.

De officier van justitie stelde dat de conclusie te laat was ingediend, maar dit stond de toekenning niet in de weg. De rechtbank wees het verzoek volledig toe en bepaalde dat het totaalbedrag zal worden overgemaakt aan de advocaat van verzoeker. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis en proceskosten wordt volledig toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-073347-22
raadkamernummers : 24-008720 en 24-008721
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1990 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam (Jolicoeurstraat 8, 1103 TS Amsterdam),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 8 april 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 3.160,00, € 3.160,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 het op 8 april 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 72,00, voor vergoeding van reiskosten;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 februari 2024 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Het verzoek is behandeld op 9 december 2024. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en mr. M.H. Aalmoes als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de conclusie van het openbaar ministerie te laat is verstrekt. Het verzoek kan in zijn geheel worden toegewezen.
De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat het verzoek om schadevergoeding vanwege deze omstandigheden wordt uitgebreid met een vergoeding van de door de raadsvrouw onnodig gemaakte reiskosten om op deze zitting aanwezig te zijn.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat deze reiskosten kunnen worden toegewezen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank voor het laatst werd vervolgd.
Op grond van artikel 533 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Verzoeker heeft
31 dagen in verzekering en/of voorlopige hechtenisdoorgebracht, waarvan 2 op het politiebureau en 29 dagen in het Huis van Bewaring met beperkingen. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 3.160,00.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 72,00toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.160,00,bestaande uit schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 752,00,bestaande uit:
- € 72,00 aan reiskosten;
en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.912,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Aalmoes advocaten, onder vermelding van “[verzoeker] 02-073.347-22”.
Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.