Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door mr. Nijssen;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer-dementie, voor de duur van zes maanden. De cliënt vertoonde verzet tegen opname, maar de ernst van de aandoening en het gevaar voor zijn echtgenote maakten opname noodzakelijk.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de cliënt dat het goed met hem ging en dat hij zijn echtgenote helpt, maar hij wilde de woning niet verlaten vanwege zijn gehechtheid aan haar. De casemanager en familieleden gaven aan dat de cliënt agressief kon zijn en dat de echtgenote overbelast en bang was, wat opname noodzakelijk maakte.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van ernstig nadeel door de aandoening, waaronder agressie en ondervoeding. Minder ingrijpende maatregelen waren niet effectief, en opname was de enige geschikte maatregel om het gevaar af te wenden. De machtiging werd daarom verleend voor zes maanden, tot uiterlijk 8 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens Alzheimer-dementie en ernstig nadeel.