Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1956 in [geboorteplaats] , [land];
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 februari 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure inzake een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1956 en lijdend aan een schizoaffectieve stoornis sinds 1983.
De officier van justitie verzocht een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden met verplichte medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid van betrokkene, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene gaf aan de behandeling bij voorkeur vrijwillig te willen voortzetten, maar was bereid een machtiging voor vijf jaar te accepteren om stress te verminderen. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) en psychiater gaven aan dat vrijwillige zorg op dit moment nog niet mogelijk is vanwege zorgmijdend gedrag en risico op psychotische episodes.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder agressie en maatschappelijke teloorgang indien medicatie niet wordt ingenomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor twaalf maanden, met de mogelijkheid tot heroverweging en het streven naar vrijwillige zorg in de toekomst.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.