Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met dementie voor de duur van zes maanden. De cliënt, geboren in 1935, verzet zich tegen het verzoek en stelt dat hij zelfstandig kan functioneren en twijfelt aan zijn diagnose.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarden naast de cliënt ook een verpleegkundige, mantelzorger en casemanager. De mantelzorger rapporteerde over verminderde zelfzorg, nachtelijk dwalen en gedragsproblemen zoals vloeken. De verpleegkundige bevestigde ontregeld dag- en nachtritme en meldde dat de cliënt ’s nachts onbeschermd naar buiten liep, met toezicht van buren.
De rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen en getuigenverklaringen dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (dementie) die leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De opname en verblijf bij een zorgaanbieder met 24-uurs zorg en toezicht is noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen, omdat thuiszorg van circa 20 uur per week onvoldoende is.
Hoewel de cliënt zich verzet, is voldaan aan de wettelijke criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd) voor het verlenen van een machtiging. De rechtbank verleent de machtiging voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 8 augustus 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel.