De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 december 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1972, voor de duur van twaalf maanden. De zorgmachtiging betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en omvat onder meer het toedienen van medicatie, bewegingsbeperking, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een verpleegkundig specialist. Uit de medische stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede verslavingsstoornissen. De rechtbank constateert dat het gedrag van betrokkene door zijn stoornis leidt tot een aanzienlijk risico op ernstig nadeel, zoals levensgevaar, ernstig letsel en maatschappelijke teloorgang.
Hoewel betrokkene enige groei heeft laten zien en vrijwillig opname heeft gevraagd, blijft verplichte zorg noodzakelijk vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en het risico op medicatieweigering. De rechtbank wijst het verzoek tot overige zorgvormen af wegens gebrek aan noodzaak. De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op stabilisatie van de geestelijke gezondheid en veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Meyboom, met de mogelijkheid tot cassatie.