Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
15 januari 2024 te 09:00 uurvoor conclusie van antwoord door [de klant] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het aannemersbedrijf heeft werkzaamheden aan het dak van de woning van de klant uitgevoerd en factureerde hiervoor € 17.545,00. De klant weigerde deze factuur te betalen en liet een deskundigenonderzoek uitvoeren dat gebreken aan het werk constateerde.
Het aannemersbedrijf vorderde een voorlopige voorziening tot betaling van 75% van de factuur, stellende dat het werk naar behoren was uitgevoerd en betaling noodzakelijk is voor financiële stabiliteit. De klant betwistte dit en verwees naar het rapport waarin meerdere gebreken werden genoemd.
De kantonrechter oordeelde dat niet voldoende aannemelijk was dat het aannemersbedrijf recht heeft op het gevorderde voorschot, mede vanwege het deskundigenrapport en het ontbreken van concrete financiële onderbouwing. De voorlopige voorziening werd afgewezen en het aannemersbedrijf werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot betaling van een voorschot op de factuur wordt afgewezen.