ECLI:NL:RBZWB:2024:943
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging verblijf minderjarige bij niet gezaghebbende vader
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht op grond van artikel 1:265i BW om toestemming tot wijziging van het verblijf van de minderjarige naar de niet gezaghebbende vader. De minderjarige verbleef feitelijk al bij de vader, met instemming van de moeder en GI. De kinderrechter oordeelde dat geen sprake was van spoedeisendheid die een mondelinge behandeling zou rechtvaardigen.
Daarnaast stelde de rechter vast dat de wettelijke grondslag van artikel 1:265i BW niet van toepassing was, omdat de minderjarige niet ten minste een jaar door een ander dan de ouder als pleegouder was opgevoed en verzorgd. Daarom wees de rechter het verzoek af.
De GI werd erop gewezen dat zij, indien zij de plaatsing bij de vader wil formaliseren, een verzoek op een andere juridische grondslag moet indienen, waarbij een spoedige mondelinge behandeling kan worden gevraagd.
De beschikking werd zonder mondelinge behandeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2024 door kinderrechter De Jong. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het verblijf van de minderjarige bij de niet gezaghebbende vader wordt afgewezen.