Uitspraak
1.Hoe is deze procedure verlopen?
- het mondelinge antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met productie;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser vordert betaling van een huurprijs voor een afvalcontainer en bijkomende kosten, gebaseerd op een huurovereenkomst met gedaagde. Gedaagde betwist dat hij de overeenkomst heeft gesloten en stelt dat sprake is van identiteitsfraude door een derde.
De kantonrechter stelt vast dat eiser de stelplicht en bewijslast draagt om aan te tonen dat gedaagde de contractspartij is. Gedaagde heeft gemotiveerd betwist door onder meer WhatsApp-berichten te overleggen en te wijzen op de aflevering van de container bij een loods van een andere vennootschap. Ook heeft hij verklaard aangifte te zullen doen van identiteitsfraude.
Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd, zoals een handtekening op de orderbevestiging, om haar stellingen te onderbouwen. Het enkele feit dat de factuur naar het woonadres van gedaagde is gestuurd, is onvoldoende omdat gedaagde vrijwel niet op dat adres verbleef.
De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat gedaagde de contractspartij is en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurprijs en bijkomende kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat gedaagde de huurovereenkomst is aangegaan.