ECLI:NL:RBZWB:2024:9450

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
RK 23-030023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 SvArt. 36b SrArt. 552f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring klaagschrift en gelasting teruggave telefoonbeslag na onderzoek

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn telefoon, gelegd op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het klaagschrift werd behandeld in raadkamer op 7 mei 2024, waarbij klager, zijn raadsman en de officier van justitie werden gehoord.

Klager stelde dat hij de telefoon niet heeft gebruikt voor enig strafbaar feit en dat hij ernstige hinder ondervindt van het voortduren van het beslag. Tevens had klager de toegangscode verstrekt, waardoor het onderzoek aan de telefoon rederlijkerwijs afgerond had moeten zijn. De officier van justitie gaf aan dat het onderzoek nog niet was afgerond vanwege achterstanden bij de zedenpolitie, maar vond het redelijk een termijn te stellen waarbinnen het onderzoek afgerond moet zijn.

De rechtbank overwoog dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag moet rechtvaardigen en dat de maatstaf ook proportionaliteit en subsidiariteit vereist. Gezien het tijdsverloop achtte de rechtbank het redelijk om een termijn te stellen waarbinnen het onderzoek afgerond moet zijn. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de telefoon aan klager per 5 juni 2024.

Tegen deze beslissing kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na dagtekening respectievelijk betekening.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de teruggave van de telefoon aan klager per 5 juni 2024 gelast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
rk.nummer: 23-030023
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1998
woonplaats kiezende ten kantore van mr. B.M.C.F. de Groen op het adres: postbus 1878, 4801 BW Breda
hierna te noemen: klager

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 7 september 2023 onder klager in beslag is genomen: een telefoon van het merk Apple, type 12 (hierna te noemen: de telefoon);
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 7 mei 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, klager en mr. B.M.C.F. de Groen, als gemachtigd raadsman van klager.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager de telefoon niet heeft gebruikt voor het plegen van enig strafbaar feit en klager ernstige hinder ondervindt van het voortduren van het beslag. Inmiddels had door het tijdsverloop het onderzoek naar de telefoon rederlijkerwijs al afgerond moeten zijn. Hierbij is van belang dat klager de toegangscode van de telefoon heeft verstrekt. Het belang van strafvordering verzet zich dan ook niet tegen de gevraagde teruggave van het beslag.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek naar de telefoon niet is afgerond door de achterstand bij de zedenpolitie, maar het in de rede ligt om een termijn te stellen waarbinnen het onderzoek aan de telefoon afgerond moet zijn zodat het beslag aan klager terug gegeven kan worden.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de rechtbank, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:379 ([link]).
De rechtbank is van oordeel dat het gelet op het tijdsverloop redelijk is om een termijn te stellen waarbinnen het onderzoek aan de telefoon afgerond moet zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onderzoek aan de telefoon
uiterlijk binnen 4 weken na de dag van de behandeling van het klaagschrift in raadkamerafgerond moet zijn en gelast na afloop van deze termijn de teruggave van de telefoon aan klager.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van de telefoon per 5 juni 2024 aan klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart:
- het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de telefoon aan klager per
5 juni 2024.
Deze beslissing is op 21 mei 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2024.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).