ECLI:NL:RBZWB:2024:9482

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 maart 2024
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
RK23-011793
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De strafzaak tegen verzoeker eindigde met een vrijspraak door de politierechter op 20 februari 2023, zonder oplegging van straf of maatregel.

Tijdens de raadkamerzitting op 14 maart 2024 zijn de officier van justitie en de advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker was opgeroepen maar niet aanwezig. De advocaat heeft toegelicht dat de gemaakte kosten van rechtsbijstand een bedrag van €9.281,54 betreffen, exclusief een forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift. De rechtbank acht deze kosten redelijk en onderbouwd, mede gelet op de complexiteit van de zaak en de verrichte werkzaamheden.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is het verzoek in behandeling te nemen en dat op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding van kosten mogelijk is. Gezien de omstandigheden en de vrijspraak acht de rechtbank toekenning van het volledige gevraagde bedrag billijk. Tevens kent de rechtbank een forfaitaire vergoeding van €680 toe voor de kosten van het verzoekschrift.

De beslissing luidt dat verzoeker een totaalbedrag van €9.961,54 wordt toegekend, te betalen aan de Stichting Beheer Derdengelden Singel Advocaten te Breda. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoeker wordt een vergoeding van €9.961,54 toegekend voor kosten rechtsbijstand en het verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/131094-21
rk-nummer: 23-011793
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 8 mei 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [datum] 1986 te [plaats]
woonplaats kiezend ten kantore van mr. S. Arts op het adres: Postbus 1045, 4801 BA Breda
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 9.281,54, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 20 februari 2023 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie.
Op 14 maart 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R. Jacobs en mr. S. Arts als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak jegens verzoeker middels een vrijspraak van de politierechter op 20 februari 2023 is geëindigd zonder de oplegging van een straf of maatregel. Verzoeker heeft voor de aan hem verleende rechtsbijstand kosten gemaakt ter hoogte van € 9.281,54. Verzoeker verzoekt om dit bedrag aan hem te vergoeden, te vermeerderen met het bedrag aan forfaitaire vergoeding voor het opstellen, indienen en in raadkamer behandelen van het verzoekschrift. In raadkamer heeft de advocaat hieraan toegevoegd dat er ook rekening gehouden moet worden met de werkzaamheden die niet gefactureerd zijn. Ten aanzien van de complexiteit van de zaak is het van belang dat ondanks de relatief eenvoudige verdenking er meerdere getuigenverhoren hebben plaatsgevonden. Bij de facturatie heeft de advocaat de overeenkomende werkzaamheden met de medeverdachte niet dubbel gerekend en de werkzaamheden voor de getuigenverhoren flink gematigd. Het Openbaar Ministerie is in de schriftelijke reactie uitgegaan van de verkeerde kolom op de factuur, te weten de gemaakte uren, terwijl de gedeclareerde uren een stuk lager liggen. De gedeclareerde uren voor de voorbereiding van het politieverhoor, de bespreking met verzoeker op kantoor, de voorbereiding zitting én de voorbereiding van het pleidooi zijn dan ook uitermate redelijk. Dit geldt ook voor de 6% kantoorkosten en de kosten zoals dossieractiviteit, deze kosten zijn op voorhand met verzoeker afgestemd. In raadkamer heeft verzoeker telefonisch aan de advocaat bevestigd dat de advocaat aanwezig was tijdens het politieverhoor op 8 april 2021, zodat de kosten in verband met dit verhoor voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. Primair verzoekt de advocaat om het verzoekschrift toe te wijzen, subsidiair verzoekt de advocaat om aanhouding van de behandeling van het verzoekschrift om de verbalisant die het verhoor heeft afgenomen te laten bevestigen dat de advocaat bij het politieverhoor van 8 april 2021 aanwezig was.
De officier van justitie refereert zich naar aanleiding van de uitgebreide motivering van de advocaat aan het oordeel van de rechtbank.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 9.281,54is in het oordeel van de rechtbank in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de uitleg van de advocaat en zal het gehele bedrag toekennen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 9.961,54‬, bestaande uit:
- € 9.281,54 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 9.961,54‬zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Singel Advocaten te Breda, onder vermelding van “[verzoeker] / OM”.
Deze beslissing is op 28 maart 2024 gegeven door mr. E.G.F. Vliegenberg, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).