ECLI:NL:RBZWB:2024:9496

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2024
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
11015601 \ MB VERZ 24-235
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding maximumsnelheid op trajectcontrole

Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 5 km per uur boven de toegestane maximumsnelheid op een trajectcontrole op de A58 te Roosendaal op 9 februari 2023 om 11:07 uur. Betrokkene stelde dat hij niet de bestuurder was ten tijde van de overtreding en verzocht om aanpassing van de tenaamstelling.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde het beroep op 12 december 2024. Uit het dossier en met name de verklaring van de verbalisant blijkt voldoende dat de overtreding is begaan. De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant in zaken op grond van de Wahv in beginsel voldoende bewijs vormt, tenzij specifieke feiten en omstandigheden het tegendeel aannemelijk maken.

De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en wijst het beroep af. Omdat het een trajectcontrole betreft, is de boete terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Wel wordt de eerder opgelegde verhoging van 1 september 2023 opgeheven en dient het betaalde bedrag van € 18,- aan betrokkene te worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard, maar de verhoging van de boete komt te vervallen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11015601 \ MB VERZ 24-235
CJIB-nummer : 0062 5422 5573 3797
uitspraakdatum : 12 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [betrokkene]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 5 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom op de Trajectcontrole A58 te Roosendaal op 9 februari 2023 om 11:07 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde stelt dat betrokkene niet het voertuig bestuurde ten tijde van de overtreding. Gemachtigde verzoekt de tenaamstelling van de beschikking aan te passen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat een foto van de gedraging. Als kentekenhouder is betrokkene aansprakelijk voor de gedraging.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd. Omdat sprake was van een trajectcontrole, is de boete terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Evenwel is de kantonrechter van oordeel dat de door de officier van justitie opgelegde verhoging van 1 september 2023 dient te komen vervallen.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat de verhoging van 1 september 2023 komt te vervallen; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 18,-, dat betrokkene aan verhoging heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: