Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet gebruiken van een richtingaanwijzer bij het wisselen van rijstrook op de A4 te Bergen op Zoom op 17 juni 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete omdat er volgens hem ten onrechte op kenteken was bekeurd zonder reële mogelijkheid tot staandehouding. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd, omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege het ontbreken van stopmiddelen en een bedreigende situatie. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de procedure was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag als zekerheidstelling terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd dus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd tot € 75,- plus administratiekosten.