Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden met 4 km/u te hard op de A58 bij Roosendaal op 31 oktober 2022. Betrokkene stelde dat hij niet de bestuurder was en verzocht om aanpassing van de tenaamstelling. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en het dossier voldoende blijkt dat de overtreding is begaan en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vaststelling.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak was overschreden, omdat de procedure langer dan twee jaar duurde. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en werd de boete met 25% gematigd. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.