Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren in een parkeerverbodszône op de Boomgaardstraat te Roosendaal op 31 augustus 2021. Hij stelde beroep in tegen de boete, maar dit werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Betrokkene stelde dat hij was verhuisd waardoor de beschikking niet goed was aangekomen.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat de te late indiening niet aan hem kon worden toegerekend, waardoor het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Inhoudelijk bleek uit de verklaring van de verbalisant en foto's dat de overtreding had plaatsgevonden, en de boete terecht was opgelegd.
Er was sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan een jaar, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast was de hoorplicht geschonden doordat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld om gehoord te worden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigde. De boete werd derhalve gematigd tot € 84,38 plus administratiekosten, en het te veel betaalde bedrag werd terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 50% vanwege termijnoverschrijding en schending van de hoorplicht.