Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor rechts inhalen op de Rijksweg A58 te Roosendaal op 9 april 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en dat de boete ten onrechte op kenteken was opgelegd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de verbalisant terecht heeft afgezien van staandehouding omdat de constatering vanuit een burgervoertuig zonder stopbord plaatsvond, waardoor er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is daarom terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim zeven maanden is overschreden. Gezien deze termijnoverschrijding matigt de rechtbank de boete met 25%. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden toegekend.