Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Halsterseweg te Halsteren op 17 augustus 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat onvoldoende vaststond dat sprake was van een mobiel apparaat en dat de verbalisant onvoldoende zicht had. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde voor de gedraging. Betrokkene ontkende de gedraging niet, maar voerde omstandigheden aan die geen twijfel opriepen aan de juistheid van de verklaring. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 30 augustus 2022 werd opgelegd en de procedure meer dan twee jaar duurde.
Gezien de overschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd en betrokkene kreeg een deel van de zekerheidstelling terugbetaald.
Uitkomst: De boete voor vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.