Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden van 23 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Parklaan te Etten-Leur op 28 juli 2022. Betrokkene stelde in beroep dat de snelheid niet correct was gemeten en dat de hoorplicht was geschonden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene zich tot de kantonrechter wendde.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reden is om aan de juistheid van de snelheidsmeting te twijfelen. Wel is vastgesteld dat de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd, wat een schending van de redelijke termijn oplevert. Daarnaast is de hoorplicht niet nageleefd bij het administratief beroep, wat eveneens een matiging rechtvaardigt.
Hierdoor werd de boete tweemaal met 25% gematigd en de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete werd gematigd vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, met terugbetaling en proceskostenvergoeding.