Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 1 oktober 2022. Na een ongegrondverklaring van het beroep door de officier van justitie, stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die in Wahv-zaken doorgaans voldoende bewijs vormt. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Wel was er sprake van overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde.
Gezien de termijnoverschrijding matigde de rechtbank de boete met 25%, verlaagde het boetebedrag naar €112,50 plus administratiekosten en veroordeelde de officier van justitie tot vergoeding van proceskosten van €875. Tevens werd een teveel betaalde zekerheidstelling terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.