Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het gebruik van een puntstuk op de A29 autosnelweg op 1 juli 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete omdat volgens hem ten onrechte niet tot staandehouding was overgegaan en verwees naar jurisprudentie en mogelijke strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende dat de redelijke termijn was overschreden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat en dat de verbalisant terecht heeft afgezien van staandehouding vanwege een gevaarlijke verkeerssituatie en het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding. Hierdoor is de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens is de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene voor de kantonrechterfase. De boete wordt verminderd tot € 187,50 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot € 187,50 plus administratiekosten.