ECLI:NL:RBZWB:2024:9542

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11102844 MB VERZ 24-386
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 Regeling VoertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens onvoldoende zicht via spiegels

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met een voertuig zonder noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen. Betrokkene stelde beroep in, stellende dat het voertuig wel voldeed aan de regelgeving en overhandigde foto's ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat het zicht via de spiegels onvoldoende was door obstructie van spuitarmen. De oorspronkelijke feitcode was onjuist en werd gewijzigd naar een feitcode die betrekking heeft op onvoldoende zicht via spiegels of cameramonitoring.

De boete blijft gehandhaafd omdat het feitelijk gedrag vaststaat en de wijziging van de feitcode geen nadelige gevolgen heeft voor betrokkene. Het beroep wordt daarom gedeeltelijk gegrond verklaard met wijziging van de feitcode.

Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de feitcode van de boete wordt gewijzigd, maar de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11102844 \ MB VERZ 24-386
CJIB-nummer : 8062 5422 5517 5031
uitspraakdatum : 13 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [betrokkene]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder van voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen op de Zanddijk te Kruiningen (gemeente Reimerswaal) op 16 januari 2023 om 15:50 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig bedrijfsmatig wordt gebruikt. Naar zijn mening voldoet het betreffende voertuig wel aan artikel 5.1.1. Regeling Voertuigen en stuurt ter onderbouwing foto’s mee van het zicht wat via de spiegels wordt waargenomen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode P014B met als omschrijving: “met behulp van spiegels en/of cameramonitoringssysteem onvoldoende zicht op naast/achter gelegen weggedeelte”. De eerder opgelegde feitcode heeft betrekking op dat de spiegels duidelijk zijn bevestigd en deze ook aanwezig zijn. Dat was wel het geval, maar uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat er onvoldoende zicht in de spiegels was aangezien de spuitarmen in beeld zaten.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat betrokkene onvoldoende zicht had op het weggedeelte. De kantonrechter ziet geen reden om hieraan te twijfelen. Er is dus terecht een boete opgelegd.
Wijzigen feitcode
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode N450A met als omschrijving “als bestuurder van voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode P041B moeten gebruiken met als omschrijving “met behulp van spiegels en/of cameramonitoringssysteem onvoldoende zicht op naast/achter gelegen weggedeelte”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
De kantonrechter zal het beroep, gelet op de wijzing van de feitcode, gegrond verklaren.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;
  • verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in P041B met als omschrijving: “met behulp van spiegels en/of cameramonitoringssysteem onvoldoende zicht op naast/achter gelegen weggedeelte”.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: