Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met 12 kilometer per uur te hard op de N62 buiten de bebouwde kom te Hoek op 15 januari 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting van 13 december 2024 verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De gemachtigde voerde aan dat er een overschrijding was van de beslistermijn na een ingebrekestelling, waardoor een dwangsom zou zijn verbeurd. Tevens werd proceskostenvergoeding gevraagd.
De officier van justitie stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens misbruik van procesrecht. Dit omdat de gemachtigde op 18 september 2023 in één keer 560 ingebrekestellingen had ingediend, waarvan veel zaken al waren afgedaan of betrokkene zich aan de procedure had onttrokken. De kantonrechter oordeelde dat dit misbruik van procesrecht oplevert, wees het verzoek om dwangsom af en verklaarde het beroep ongegrond. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om dwangsom en proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens misbruik van procesrecht.