ECLI:NL:RBZWB:2024:9548

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
10999453 \ MB VERZ 24-200 - 10999602 \ MB VERZ 24-211
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:2 AwbArt. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen verkeersboetes wegens overschrijding snelheid binnen bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor twee overtredingen van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart te Kapellebrug, gemeente Hulst, op 17 april 2023. De eerste overtreding betrof 17 km/u te hard rijden om 13:02 uur, de tweede 9 km/u te hard om 20:21 uur.

Gemachtigde van betrokkene stelde beroep in tegen de boetes en voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet voldeed aan het recht op hoor en wederhoor, omdat geen tweede hoorzitting werd gehouden. Tevens werd een schending van het motiveringsbeginsel aangevoerd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene bij de kantonrechter in beroep ging.

De kantonrechter oordeelt dat de overtredingen voldoende zijn vastgesteld en dat de boetes terecht zijn opgelegd. Er is een eerste hoorzitting geweest waarin inhoudelijke beroepsgronden zijn aangevoerd. Het ontbreken van een tweede hoorzitting wordt verklaard door een ingebrekestelling van gemachtigde aan de officier van justitie, waarna tijdig een beslissing volgde. De kantonrechter wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot matiging van de boetes of toekenning van proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboetes wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10999453 \ MB VERZ 24-200 - 10999602 \ MB VERZ 24-211
CJIB-nummer : 0062 5422 5722 3977
1062 5422 5722 7016
uitspraakdatum : 13 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedragingen waarvoor de boetes zijn opgelegd luiden, kort omschreven:
17 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart (ter hoogte van huisnummer 43) op de Kapellebrug (gemeente Hulst) op 17 april 2023 om 13:02 uur.
9 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N290 Gentsevaart (ter hoogte van huisnummer 43) op de Kapellebrug (gemeente Hulst) op 17 april 2023 om 20:21 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat gemachtigde door de officier van justitie niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord wat volgens artikel 7:2 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) wel moet. Door het verzoek tot een hoorzitting niet in acht te nemen verzaakt het Openbaar Ministerie aan de verplichting die artikel 3:2 Awb Pro stelt. Verder benadrukt gemachtigde het belang van een zorgvuldige voorbereiding van besluiten, waarbij de besluitvorming gebaseerd moet zijn op alle relevante argumenten en informatie aangebracht tijdens de bezwaarprocedure. De afwezigheid van een hoorzitting doet afbreuk aan de zorgvuldigheid van dit proces. Gemachtigde verwijst hiervoor naar jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met ECLI:NL:GHARL:2022:9934). Voorts stelt gemachtigde dat het motiveringsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 3:46 Awb Pro is geschonden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er een eerste hoorzitting heeft plaatsgevonden waar gemachtigde ook inhoudelijke beroepsgronden heeft aangevoerd, maar dat er geen tweede hoorzitting heeft plaatsgevonden aangezien er een ingebrekestelling naar de officier van justitie was gestuurd. Het betreft ook een procedure bij de officier van justitie met een professionele gemachtigde, waardoor er in eerste instantie al geen aanleiding is om de dergelijke korting toe te passen. Na het sturen van de ingebrekestelling heeft de officier van justitie tijdig een beslissing genomen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedragingen waarvoor de boetes zijn opgelegd, zijn verricht. De boetes zijn dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boetes te matigen. De kantonrechter stelt vast dat er een eerste hoorzitting heeft plaatsgevonden waarin gemachtigde ook inhoudelijke beroepsgronden heeft aangevoerd. Aangezien gemachtigde een ingebrekestelling naar de officier van justitie heeft gestuurd, is er af gezien van een tweede hoorzitting. Na het sturen van de ingebrekestelling heeft de officier van justitie tijdig een beslissing genomen. De kantonrechter ziet met het toezenden van een ingebrekestelling aan verweerder, dat gemachtigde de bedoeling had om verweerder te manen tot het nemen van een beslissing binnen 14 dagen, terwijl gemachtigde wist dat deze nog geen tweede hoorzitting had gekregen. De kantonrechter is dan ook van oordeel, dat gemachtigde uit eigen beweging een schriftelijke aanvulling had kunnen indienen. Het uitblijven hiervan kan dan ook niet tot gevolg hebben dat de boete met 25% gematigd wordt. Dit nog afgezien van het feit dat bij de officier van justitie met een professionele gemachtigde werd geprocedeerd, hetgeen op zichzelf al reden is om geen korting toe te passen.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart de beroepen ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: