Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg administratieve boetes opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats in Goes op twee momenten in 2022 en 2023. Betrokkene voerde aan dat hij in een overmachtssituatie verkeerde omdat zijn elektrische auto leeg was en er geen laadpalen beschikbaar waren in zijn eigen zone. Hij stelde dat hij toestemming had gekregen van een beleidsmedewerker van de gemeente om tijdelijk buiten zijn zone te parkeren en op te laden.
De officier van justitie en de kantonrechter oordeelden dat uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de gedragingen hebben plaatsgevonden en dat er geen bewijs is dat de gemeente toestemming heeft verleend. Een dergelijke toestemming zou via een ontheffing geregeld moeten zijn geweest. De kantonrechter achtte het niet aannemelijk dat betrokkene het voertuig mocht parkeren op de betreffende plek zonder vergunning.
Daarom verklaarde de kantonrechter de beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboetes wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.