ECLI:NL:RBZWB:2024:9556

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11163381 MB VERZ 24-782
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:8 APV gemeente DrimmelenArt. 5:9 APV gemeente DrimmelenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens parkeren zonder ontheffing

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter en hoger dan 2,4 meter op een verboden plek aan de Vinkenlaan te Made op 11 januari 2023 om 20:50 uur. Betrokkene stelde dat er sprake was van stilstaan vanwege laden en lossen en dat er geen bebording was die het parkeerverbod duidelijk maakte.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde op basis van de verklaring van de verbalisant en het aanwijzingsbesluit van de gemeente Drimmelen dat de gedraging wel had plaatsgevonden en dat betrokkene niet op het juiste gedeelte had geparkeerd. Er was geen activiteit rondom het voertuig zichtbaar op de foto.

De kantonrechter vond echter dat het voor betrokkene onvoldoende kenbaar was dat het voertuig daar niet mocht staan, omdat de verhouding tussen artikel 5:8 en Pro 5:9 van de APV onduidelijk was. Daarom werd de boete gematigd tot nihil en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €109,- terug te betalen.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd tot nihil en teveel betaalde zekerheid terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11163381 \ MB VERZ 24-782
CJIB-nummer : 3062 5422 5525 8547
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden is op de Vinkenlaan te Made (gemeente Drimmelen) op 11 januari 2023 om 20:50 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat er sprake was van stilstaan en niet van parkeren. Betrokkene was aan het laden en lossen. In het administratief beroep heeft betrokkene aangevoerd dat er geen bebording aanwezig was op de pleeglocatie waaruit blijkt dat niet met een betreffend voertuig geparkeerd mag worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Voor de volledigheid had de zittingsvertegenwoordiger een aanwijzingsbesluit bij de betreffende gemeente opgevraagd. Uit artikel 5:8 Algemeen Pro Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van gemeente Drimmelen, staat Made maar twee keer op het aanwijzingsbesluit. Betrokkene had zijn voertuig geparkeerd op de Vinkenlaan, maar niet op het door de gemeente aangewezen gedeelte. Daarnaast ontkent betrokkene de gedraging niet, maar stelt dat er goederen werden gelost. Op de foto is zichtbaar dat er geen activiteit rondom het voertuig plaatsvond en het werkkader is niet onderbouwd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit artikel 5:8 APV Pro van gemeente Drimmelen, staat Made maar twee keer op het aanwijzingsbesluit. Betrokkene had zijn voertuig geparkeerd op de Vinkenlaan, maar niet op het door de gemeente aangewezen gedeelte. De verbalisant heeft ook geen activiteit rondom het voertuig waargenomen. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het onvoldoende kenbaar is op welke manier artikel 5:8 APV Pro zich met 5:9 APV verhoudt. Het is voor betrokkene onvoldoende kenbaar dat hij daar zijn voertuig niet mocht wegzetten. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: