ECLI:NL:RBZWB:2024:9557

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11199709 MB VERZ 24-889
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens rijden op verboden wegdeel in Breda

Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op een verboden wegdeel in Breda op 14 oktober 2022. Hij voerde aan dat de verkeerssituatie chaotisch was door wegwerkzaamheden en dat hij de bebording mogelijk had gemist. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar erkende een schending van de hoorplicht en verzocht om matiging van de boete.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar dat de boete gematigd moet worden vanwege de verwarrende verkeerssituatie, het ontbreken van een hoorzitting bij de officier van justitie en de overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd met in totaal 50% gematigd.

De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Boe te gematigd met 50% wegens verwarrende verkeerssituatie, schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11199709 \ MB VERZ 24-889
CJIB-nummer : 8062 5422 5338 9749
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de [adres 2] op 14 oktober 2022 om 14:54 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De verkeerssituatie in Breda was en is nog steeds chaotisch. Regelmatig worden verkeersborden gewisseld, wegen afgesloten en vinden er omleidingen plaats. Betrokkene stelt dat de omschrijving van de overtreding niet correct is. Betrokkene heeft nimmer op een trottoir, fietspad of iets dergelijks gereden, want de Vissersstraat is een eenrichtingsweg. Betrokkene reed vanaf het Ruiterbos naar de Graaf Hendrik III laan om bij de Irenestraat uit te komen. Vanaf daar is hij richting de Markendaalseweg gereden om vervolgens via de Prinsenkade en Nieuwe Prinsenkade naar huis te rijden. Op dat moment bleek dat de Markendaalseweg in verband met werkzaamheden afgesloten was en de Karnemelkstraat inrijden was geen optie aangezien die een bus-sluis heeft. Betrokkene is via de Waterstraat de Nieuwstraat ingereden en op die manier via de winkelstraten, Lange Brugstraat en Tolbrugstraat, richting de Grote Markt gereden. Uiteindelijk is betrokkene vanuit de Grote Markt door de Vissersstraat, Havermarkt, Vismarktstraat naar de Nieuwe Prinsenkade gereden.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat een paar dagen nadat de boete is opgelegd, de verkeerssituatie is veranderd. Betrokkene denkt de bebording te hebben gemist, want hij had enkel de keuze tussen de bus-sluis of de Waterstraat in te rijden. Betrokkene dacht dat hij de Waterstraat in mocht rijden aangezien de Tolburgstraat pas een paar dagen later was afgesloten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de foto is het voertuig van betrokkene zichtbaar. De camera is zo ingesteld dat er een foto wordt gemaakt op het moment dat een voertuig de grens van de geslotenverklaring passeert. Betrokkene is tot de plek gereden waar dat niet meer mocht, waardoor de camera een foto heeft gemaakt. Er zijn voor een langere periode in de binnenstad van Breda werkzaamheden geweest en daarbij is de Markendaalseweg ook tijdelijk afgesloten geweest. De vooraankondiging van de geslotenverklaring op het wegdek en de daarbij horende bebording waren op het moment van de wegafsluiting nog eerder aangeven dan normaliter het geval is. Betrokkene had de vooraankondiging tijdig moeten opmerken en ernaar moeten handelen, zodat hij niet op deze locatie uitkwam. Daarbij was in iedere zijstraat een verkeersbord geplaatst dat aangaf dat er na een aantal meter niet doorgereden mocht worden. Betrokkene heeft meerdere mogelijkheden gehad om een andere route te kiezen. Betrokkene is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Vanwege deze schending van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 25%. Voorts is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete nogmaals te matigen met 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de vooraankondiging ver van tevoren staat aangegeven en door de werkzaamheden nog eerder dan normaliter het geval is. De kantonrechter begrijpt dat het voor betrokkene een verwarrende verkeerssituatie was, zeker in de periode dat er wegwerkzaamheden in de binnenstad van Breda waren. Volgens betrokkene stonden er ten tijde van de gedraging geen borden bij de Waterstraat en CVOM kan dit niet controleren. Hierdoor begrijpt de kantonrechter dat de situatie voor betrokkene nog onduidelijker werd. De boete zal worden gematigd met 25% gelet op de omstandigheden die betrokkene aanvoert.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 5 november 2022 en is de redelijke termijn dus met meer dan één maand is overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 63,28 plus € 9,- administratiekosten;
- draagt de officier van justitie op het bedrag van € 86,72 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: