Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in een gebied met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 22 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat door onduidelijke omleidingsborden hij ongewild de geslotenverklaring was binnengereden.
De officier van justitie stelde dat de waarschuwingsperiode voor deze overtreding al lang was verstreken en dat de boete terecht was opgelegd. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier, waaronder een foto en schouwrapporten, voldoende bewijs was voor de overtreding. De waarschuwingsperiode liep van 4 december 2019 tot 1 maart 2020, waarna bekeuringen mochten worden uitgedeeld.
Omdat de overtreding plaatsvond na deze periode, was geen waarschuwing meer vereist. Betrokkene had onvoldoende onderbouwd dat werkzaamheden hem naar de geslotenverklaring hadden geleid. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.