ECLI:NL:RBZWB:2024:9560

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 december 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11163426 \ MB VERZ 24-784
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid tegen verkeersboete wegens stilstaand voertuig op verboden plaats

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het stil laten staan van een voertuig op een plaats waar dat verboden was volgens bord E2 op de Oranjeboomstraat te Breda op 24 september 2022.

Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn die geldt voor het instellen van beroep. Betrokkene voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het parkeerverbod en dat de handhaver had aangegeven geen boete op te leggen. Tevens vroeg betrokkene de kantonrechter het beroep alsnog in behandeling te nemen vanwege zijn situatie.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de te late indiening niet aan hem kon worden toegerekend, zodat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Hierdoor kon de kantonrechter niet inhoudelijk op de boete ingaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid door te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11163426 \ MB VERZ 24-784
CJIB-nummer : 7062 5422 5350 5469
uitspraakdatum : 27 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan) op de Oranjeboomstraat te Breda op 24 september 2022 om 13:22 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was niet op de hoogte van het nieuwe parkeerverbod en heeft geen bebording gezien. Daarnaast werd door de handhaver aangegeven dat er geen boete zou worden opgelegd. Over de termijnoverschrijding bij de officier van justitie voert betrokkene enkel aan dat hij zich ervan bewust is dat het beroepschrift bij de officier van justitie te laat is en hoopt dat de kantonrechter, vanwege de situatie van betrokkene, alsnog het beroep in behandeling wil nemen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is.

Overwegingen

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 22 december 2022. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 1 januari 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen die beslissing is dan ook ongegrond. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
Voorts kan worden gesteld dat bij een niet-ontvankelijk beroep bij de officier van justitie er geen gevolgen worden verbonden aan de schending van de hoorplicht of overschrijding van de redelijke termijn, want de voortgang van het proces is immers niet aan de orde, omdat bij een niet-ontvankelijkheid er in het geheel geen behandeling van het beroep plaats vindt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: