Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het stil laten staan van een voertuig op een plaats waar dat verboden was volgens bord E2 op de Oranjeboomstraat te Breda op 24 september 2022.
Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn die geldt voor het instellen van beroep. Betrokkene voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het parkeerverbod en dat de handhaver had aangegeven geen boete op te leggen. Tevens vroeg betrokkene de kantonrechter het beroep alsnog in behandeling te nemen vanwege zijn situatie.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de te late indiening niet aan hem kon worden toegerekend, zodat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Hierdoor kon de kantonrechter niet inhoudelijk op de boete ingaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid door te late indiening.