Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 30 november 2022 te Breda. Tegen deze boete werd beroep ingesteld, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende was, omdat deze niet duidelijk had vastgesteld dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Betrokkene zelf ontkende iets in handen te hebben gehouden tijdens het rijden.
De officier van justitie en de kantonrechter oordeelden echter dat de verklaring van twee verbalisanten voldoende was om de gedraging vast te stellen. Betrokkene kon zijn stelling niet met bewijs onderbouwen. De kantonrechter zag geen reden om aan de juistheid van de waarneming te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.