Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 26 juni 2022 in Werkendam. Betrokkene stelde via zijn gemachtigde dat de gedraging niet is verricht en dat de verbalisant niet heeft vastgesteld of het een echte telefoon betrof. Ook was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding en de verklaring van de verbalisant was niet op ambtseed afgelegd.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De reden om af te zien van staandehouding was te summier en daarmee was de boete ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.