Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet dragen van een goedgekeurde en goed bevestigde helm tijdens het rijden op een bromfiets op 6 januari 2023 te Breda. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 27 december 2024 werd duidelijk dat de verbalisant in het zaakoverzicht verklaarde dat betrokkene wel een helm droeg maar deze niet goed bevestigd was, terwijl in het aanvullend proces-verbaal werd verklaard dat betrokkene geen helm droeg. Deze tegenstrijdigheid leidde tot gerede twijfel over het feit of de gedraging daadwerkelijk had plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat niet vaststond dat de gedraging was verricht en dat de rechtszekerheid in het geding was, omdat betrokkene niet duidelijk kon worden gemaakt wat hem precies werd verweten. Daarom gaf de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel en verklaarde het beroep gegrond. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag moest worden terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.187,- toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd vanwege onvoldoende bewijs.