Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het stil laten staan van een motorvoertuig op een plek waar dat verboden is (bord E2) op de Nieuwe Inslag te Breda op 5 maart 2023 om 10:16 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de verbodsborden onvoldoende duidelijk waren aangegeven. Ook voerde betrokkene aan dat anderen in het gebied ook geparkeerd stonden en dat hun boetes waren kwijtgescholden.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend; de termijn van zes weken was verstreken. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de rechtbank niet inhoudelijk heeft beoordeeld of de boete terecht was opgelegd. De uitspraak werd op 27 december 2024 gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig instellen van het beroep.