Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 21 augustus 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt op basis van de verklaring van de verbalisant dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. Er zijn geen inhoudelijke beroepsgronden aangevoerd door gemachtigde namens betrokkene. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor berechting is overschreden, aangezien de boete op 13 september 2022 werd opgelegd en de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd.
Vanwege deze termijnoverschrijding wordt de boete met 25% gematigd. Daarnaast wordt het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie terugbetaald. De kantonrechter wijst tevens een proceskostenvergoeding toe voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding wordt toegekend.