Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetgangersgebied Visserstraat te Breda op 28 augustus 2022. De boete werd opgelegd na een waarschuwingsperiode die liep van 1 januari tot 31 mei 2022. Betrokkene voerde aan dat de bebording onduidelijk was en dat GPS hem verkeerd had geleid, mede vanwege onbekendheid met de omgeving.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd na de waarschuwingsperiode. De weg is duidelijk als voetgangersgebied ingericht met uniforme bestrating en duidelijke bebording. Het feit dat betrokkene uit België komt, verandert hier niets aan.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van het beroep is overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding van €437,50 wordt toegekend.