Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op een kruispunt in Breda op 7 juli 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging door twee verbalisanten was waargenomen en bevestigd, en dat de betwisting van betrokkene onvoldoende was om de boete te verwerpen. Wel werd geconstateerd dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met meer dan vijf maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en er wordt een proceskostenvergoeding toegekend.