Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het stilstaan op het fietspad op een specifieke locatie op 2 november 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en fotomateriaal. De enkele ontkenning van betrokkene was onvoldoende om aan deze vaststelling te twijfelen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor afhandeling van de zaak met meer dan een maand was overschreden.
Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn matigde de kantonrechter de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroepschrift bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en er wordt een proceskostenvergoeding toegekend.