Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op de Westerparklaan te Breda op 2 juni 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde betwistten de gedraging en stelden dat de gedraging niet vast kon worden gesteld vanwege summiere verklaring van de verbalisant.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene in beroep ging bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende was om de gedraging vast te stellen, omdat niet duidelijk was waar het onnodige geluid was waargenomen.
Hierdoor werd de boete ten onrechte opgelegd en werd het beroep gegrond verklaard. De boete en eerdere beslissing werden vernietigd, het betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 749,50.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.