Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 januari 2024 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel volgens artikel 7:7 Wvggz Pro. Betrokkene, met een katatoon psychisch toestandsbeeld, werd op straat aangetroffen in een verwarde toestand en deels ontbloot, waarna opname en behandeling in een GGZ-accommodatie volgden.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek betrokkene niet in staat of bereid om te reageren op vragen, waardoor hij niet gehoord kon worden. De AIOS rapporteerde een katatoon beeld met enige verbetering door medicatie, maar zonder contactmogelijkheden. De advocaat kon geen standpunt namens betrokkene innemen vanwege diens toestand.
De rechtbank stelde vast dat er een ernstig en onmiddellijk dreigend nadeel bestaat, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door vermoedelijke psychische stoornissen. De noodzakelijke zorgvormen betreffen medicatie, medische handelingen, bewegingsbeperking, opname en beperkingen in de vrijheid. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De machtiging geldt tot en met 31 januari 2024. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om bij een vervolgprocedure de juiste personalia van betrokkene te achterhalen.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 31 januari 2024.