Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, die lijdt aan vasculaire dementie en verblijft in een zorgaccommodatie. De rechtbank hield op 10 januari 2024 een mondelinge behandeling waarbij cliënt, zijn zoon, zorgverleners en een specialist werden gehoord.
Cliënt bevestigde dat hij goed wordt verzorgd maar gaf aan liever in een zorgaccommodatie in zijn woonplaats te verblijven. De specialist ouderengeneeskunde stelde vast dat cliënt ernstige cognitieve achteruitgang vertoont met geheugen- en oriëntatieproblemen. De verpleegkundige meldde dat cliënt voorafgaand aan opname risicovol gedrag vertoonde, waaronder brandgevaar en dwaalgedrag, maar inmiddels geen hallucinaties meer heeft en zich openstelt voor zorg.
De advocaat van cliënt gaf aan dat cliënt zich niet langer verzet tegen zijn verblijf. De rechtbank concludeerde dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat door het gedrag van cliënt, maar dat cliënt nu voldoende meewerkt en er een minder bezwarend alternatief is met hetzelfde beoogde effect. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling afgewezen.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen vanwege het ontbreken van verzet en het bestaan van een minder bezwarend alternatief.