Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 januari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene verbleef in een GGZ-accommodatie en was opgenomen na een gevaarlijke situatie thuis.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat en de behandelend arts aanwezig; de officier van justitie was niet verschenen. Betrokkene erkende een turbulente periode en gaf aan dat hij aanvullende zorg nodig heeft, maar wenst deze vrijwillig te ontvangen. De behandelend arts bevestigde de noodzaak van zorg vanwege risico's op ernstig nadeel, waaronder zelfverwaarlozing en agressie, maar zag ook een voorzichtig positieve kentering.
De advocaat van betrokkene stelde dat het onmiddellijke dreigend ernstig nadeel niet meer aanwezig is en verzocht afwijzing van het verzoek. De rechtbank concludeerde dat hoewel er nog een psychische stoornis is die risico's met zich meebrengt, betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken en dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat niet meer wordt voldaan aan de wettelijke vereisten.