De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar vanwege zorgen over de opvoeding en leefomgeving bij de moeder. Eerder onderzoek toonde geen ernstige bedreiging, maar de moeder werkte onvoldoende mee aan het intensieve ambulante gezinsbehandeltraject, wat leidde tot voortijdige beëindiging.
De moeder kampt met problematiek waaronder mogelijk verslaving, stress door conflicten met buren en een onrustige woonomgeving. De minderjarige vertoont onrustig gedrag en een ontwikkelingsachterstand waarvoor logopedie wordt ingezet. De moeder ontvangt ondersteuning, maar kan de hulp niet langdurig vasthouden.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld. De maatregel is bedoeld als extra steun voor moeder en kind om rust en overzicht te creëren, met als doel een veilige en stabiele opvoedsituatie, voldoende emotionele beschikbaarheid van de moeder, regelmatige schoolgang, en het voorkomen dat de minderjarige wordt belast met volwassenproblemen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt van 18 januari 2024 tot 18 januari 2025. Hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof 's-Hertogenbosch.