Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
in geval van opname);
telkens zo kort mogelijk);
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 januari 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1994, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof verplichte zorg conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), vanwege een psychotische stoornis met risico op terugval bij stoppen medicatie.
Betrokkene verblijft tijdelijk in het buitenland en kon niet worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond met de zorgverantwoordelijke en de advocaat. De zorgverantwoordelijke gaf aan dat betrokkene niet psychotisch is, maar een aanzienlijk risico op herhaling van psychose bestaat bij medicatiestop en middelengebruik. Betrokkene wenst medicatie af te bouwen, maar dit wordt door de behandelaar als onverantwoord beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan een schizofrenie-spectrum stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit af te wenden. De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, beperkingen in de levensinrichting en opname in een accommodatie. De duur is beperkt tot zes maanden, omdat verwacht wordt dat betrokkene dan stabiel genoeg is om vrijwillige zorg te ontvangen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar en de verplichte zorg is proportioneel en effectief.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgvormen gericht op medicatie, bewegingsvrijheid, levensinrichting en opname.