Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden voor een cliënt met Alzheimer dementie. De cliënt woont zelfstandig en ontvangt ondersteuning van thuiszorg en familie, hoewel de mantelzorg zwaar drukt op de familieleden die verder weg wonen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan het liefst zo lang mogelijk op haar huidige woonadres te willen blijven en alleen in uiterste noodzaak naar een zorgaccommodatie te willen verhuizen. De casemanager dementie bevestigde de diagnose Alzheimer dementie en de afhankelijkheid van ondersteuning voor dagelijkse verzorging, maar stelde dat uitbreiding van thuiszorg nog niet was geprobeerd.
De zoon van de cliënt zag opname als de beste optie vanwege de zware belasting van de mantelzorg, maar gaf aan dat zijn moeder niet vrijwillig mee zou werken en dat een bezoek aan de zorgaccommodatie niet was geprobeerd. De advocaat van de cliënt betoogde dat eerst extra thuiszorg ingezet moest worden om de familie te ontlasten.
De rechtbank concludeerde dat de wettelijke vereisten voor een machtiging tot opname en verblijf niet zijn vervuld omdat minder ingrijpende maatregelen nog niet zijn uitgeput. De cliënt heeft een stabiel dag-nachtritme, geen dwaalgedrag en is tevreden met haar huidige situatie. De rechtbank wees het verzoek daarom af en benadrukte het ingrijpende en onomkeerbare karakter van de maatregel.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat minder ingrijpende mogelijkheden nog niet zijn benut.