ECLI:NL:RBZWB:2024:978
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens vrijwillige medewerking betrokkene
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 februari 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was op 31 januari 2024 door de burgemeester van Breda opgelegd vanwege een acute crisissituatie waarbij onmiddellijk dreigend ernstig nadeel werd verwacht.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene inziet dat zij zorg behoeft en bereid is vrijwillig mee te werken aan de noodzakelijke klinische zorg. De verpleegkundig specialist/behandelaar gaf aan vertrouwen te hebben in deze vrijwillige medewerking en zag geen noodzaak meer voor voortzetting van de crisismaatregel. De advocaat van betrokkene benadrukte dat een minder bezwarend alternatief aanwezig is, namelijk vrijwillige zorg, die hetzelfde beoogde effect heeft.
De rechtbank concludeerde dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel, omdat betrokkene zich niet meer verzet tegen de zorg. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg en geen verzet meer toont.