Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor een cliënt met dementie, die sinds 2021 is gediagnosticeerd en een ernstige achteruitgang vertoont. De cliënt kampt met geheugen- en oriëntatieproblemen en heeft intensieve 24-uurs zorg nodig, die thuis niet meer adequaat geboden kan worden. De echtgenote van de cliënt is overbelast geraakt door de zorglast.
Tijdens de mondelinge behandeling ontkende de cliënt ziek te zijn en wilde hij niet worden opgenomen, maar de casemanager dementie, echtgenote en zoon bevestigden de noodzaak van opname vanwege het ernstig nadeel dat het gedrag van de cliënt veroorzaakt. Er is een geschikte plek beschikbaar in een zorgaccommodatie.
De rechtbank oordeelde dat de criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd) zijn vervuld: de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, het gedrag brengt ernstig nadeel met zich mee, opname is noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Ondanks verzet van de cliënt werd de machtiging verleend voor zes maanden, tot uiterlijk 5 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstige zorgbehoefte en overbelasting van het thuissysteem.